Echte revolutie betekent de invoering van het vrijheidsdividend

door Koen Bruning,

Gepubliceerd 22 mei 2020

‘De revolutie moet van onderop gestart worden’. ‘Jongeren moeten zich laten horen’. Dit waren min of meer de woorden van Mark Rutte na zijn meest recente persconferentie. De man die zei geen ‘visie’ te hebben deed een oproep aan de jonge generatie het debat te kweken, in hun directe omgeving ideeën te bedenken, kortom, om gebruik te maken van de onvoorspelbaarheid en creativiteit die onze samenleving dag na dag in zich draagt. Los van wat je hiervan vindt, klinkt dit mij toch een beetje als een visie in de oren. Geheel onvoorspelbaar is zijn oproep aan jongeren integendeel niet. De jongeren-generatie laat namelijk al een tijd van zich horen. Niettemin, omdat we willen dat bepaalde dingen anders gaan. Bovendien niet gek, want nog nooit heeft een generatie aan de vooravond gestaan van zoveel uitdagingen, of dat nu klimaatverandering betreft of hoe om te gaan met de voortschrijdende automatisering van banen. Dit alles doet het debat tussen hen, maar ook over hen, oplaaien. Wat vinden zij hierover? Wat gaan ze er aan doen?

Als we met jongeren praten zien en voelen we in ieder geval zorgen. Maar vooral zorgen die meer tastbaar zijn.

Zorgen over bijvoorbeeld de woningnood, hun studieschulden of een steeds meer flexibele arbeidsmarkt. In perspectief van vorige generaties kunnen we zeggen dat ze zeuren. Ze leven tenslotte in ‘een van de meest welvarende tijden ooit’ en jezelf iets aan leren is nog nooit zo makkelijk geweest. Toch is dat dan weer te makkelijk, juist omdat we over de gehele linie zien dat jongeren een minder stabiele toekomst tegemoet gaan dan hun ouders.

Een toekomst waarin de trends die we voor de coronacrisis al zagen, van groeiende vermogensongelijkheid tot klimaatverandering, of kunnen versnellen, of omgedraaid kunnen worden.

Juist daarom is de oproep van Rutte, ondanks dat hij verantwoordelijk kan worden gehouden voor deze ontwikkelingen, belangrijk. Juist omdat die onvoorspelbaarheid en creativiteit van onderop, de energie die ons maatschappelijk middenveld nog altijd kent, invloedrijker kan zijn dan elke willekeurige politieke keuze ooit gemaakt. Energie waar jongeren een groot deel aan bijdragen. Dan moeten zij, en de maatschappij in haar geheel, echter wel na deze crisis, na deze verkiezingen, de kans krijgen de touwtjes in handen te nemen, om dingen te doen waar de overheid minder goed in is.

Wat mij bij het punt van dit stuk brengt. Er is namelijk een concreet idee dat dit kan bewerkstelligen. Die jongeren de kans zou geven zonder studieschulden de samenleving in te rollen. Die jongeren de kans zou geven start-ups of acties te starten in lijn met hun idealen voor de toekomst. Die alle Nederlanders de kans zou geven bij te dragen aan de doelstellingen, van duurzaamheid tot innovatie, die behaald moeten worden om ons land welvarend te houden.

Dat idee heet het vrijheidsdividend. Een bedrag van 1.000 euro per maand voor elke Nederlander. Ook zij moet naar mijn inziens deel zijn van de revolutie. Een idee dat de meerderheid van alle Nederlanders bovendien ondersteunt. Ook dat is niet gek, want het zou mensen, in tijden van ramp en voorspoed, de kans geven niet in armoede te vervallen, de kans geven om op alle manieren mogelijk aan dit land bij te dragen, de kans geven om in vrijheid te leven.

Tenslotte, als er na deze crisis bepaalde dingen niet ‘anders gaan’, zullen deze kansen voor mensen vervliegen. Zullen de uitdagingen die we als land in de toekomst tegemoet gaan niet met weerbare jongeren tot ouderen aangepakt worden. Als er bovendien niks wordt gedaan aan de problemen op het gebied van armoede en menselijke waardigheid die in dit land spelen, zal er wel degelijk een ‘revolutie’ gestart worden. Maar dat is waarschijnlijk niet de revolutie die Rutte bedoeld.

FacebooktwitterFacebooktwitter