1,5 meter straffen tasten de rechtsstaat aan.

door Norbert Klein

Tevens gepubliceerd 30 mei 2020 Opiniesite JOOP BNNWARA

Nu het aantal ziekenhuisopnames en doden door het Covid-19 virus minder wordt, zullen het kabinet en Tweede Kamer een balans moeten vinden tussen adviezen vanuit het algemeen maatschappelijk belang en adviezen van specialisten vanuit het perspectief van de volksgezondheid en de beperkte I.C.-capaciteit om deze virusepidemie onder controle krijgen. Daarbij is het van belang dat de regels in de op te stellen nieuwe Coronawet kloppen. Versoepelingen van onredelijke regels maken de regels niet redelijk.

In Nederland is gekozen voor een “intelligente lockdown”. Laten we dat dan ook vooral “intelligent” houden en niet een alibi voor dwang en pressie. Uitgangspunt namelijk is dat mensen zelf nadenken over wat ze zelf kunnen doen om de verspreiding van het virus tegen te gaan of om te voorkomen dat je ziek wordt. Het RIVM heeft een aantal adviezen, richtlijnen,  gegeven om de risico’s van virusbesmetting te verminderen. Het RIVM is slechts een rijksinstituut en maakt dus geen wetten. Het grootste deel van de RIVM-adviezen zijn gedragsadviezen zoals het “handen wassen”-advies.  Normaal maken regering en parlement wetten. Maar vanuit de “nood breekt wet”-gedachte zijn de Tweede en Eerste Kamer buitenspel gezet. Het kabinet heeft sommige RIVM-adviezen in strafrechtelijke verbodsbepalingen omgezet. In het bijzonder gaat dat dan over de 1,5 meter richtlijn in het strafrechtelijk verbod en het samenscholings- en groepsverbod. De uitwerkingen van de regels waarvoor je bij overtreding gestraft kunt worden zijn gemaakt door de Rijksoverheid, de 25 Veiligheidsregio’s en gemeenten. Een lappendeken aan regels voldoet niet aan de zorgvuldige wetgevingseisen. Dat dreigt zich nu te gaan herhalen met de Tijdelijke Wet Maatregelen covid-19, de coronawet. Onderwijs, sport, zorg, bedrijven, beroepen: iedere sector zelfs iedere winkel krijgt te maken met nieuwe eigen regels en protocollen. Nederland is zich aan het ingraven met nieuwe regels en met verfijningen en uitzonderingen daarop. Eenvoudig, duidelijk, uitvoerbaar en handhaafbaar wordt het niet. Intussen is de proportionaliteit van de regels volledig verdwenen. Regels die onlogisch en onredelijk zijn, worden namelijk maatschappelijk niet geaccepteerd. Gevolg is dat mensen geïrriteerd raken, opstandig worden en zich begrijpelijk massaal zich er niet aan houden. Dat is te zien in bijvoorbeeld petitie-ondersteuningen en Facebookgroepen. De huidige regels zijn niet in verhouding tot het doel met massale overtreding als het gevolg. Dan wordt handhaving willekeur, want de een wordt wel beboet en de ander komt er mee weg. De een gaat failliet en de ander kan met subsidies de deuren nog openhouden. Wat gebeurt, is dat de aandacht niet meer naar de goede bedoelingen van de RIVM-adviezen gaat maar naar de conflicten tussen de regels, de onnavolgbare verschillen in uitvoering en de wijze van handhaving. Als het vertrouwen in de overheid verdwijnt, wordt de rechtsstaat ondermijnd. Een rechtsstaat wordt gekenmerkt door rechtszekerheid en rechtsgelijkheid en die zijn in het huidige paniekvoetbal verdwenen. Afbraak van de rechtsstaat moet voorkomen worden, omdat dat ten koste gaat van onze vrijheid. Het stoppen van de afbraak wordt niet bereikt door een leuke maatschappelijke discussie met jongeren op te zetten maar door het weer in balans brengen van de samenleving met proportionele strafrechtelijke maatregelen. De strafrechtelijke uitwerking van het 1,5 meter advies is dat duidelijk niet en zal vervangen moeten worden door een logische, voor iedereen te begrijpen en na te kunnen komen regels. Het virus bestrijden kan pas als er medicijnen en vaccins zijn. Afstand houden blijft net als handen wassen of thuiswerken verstandig, maar niet opvolgen mag niet leiden tot een strafbaar feit. Daarom zullen proportionele regels gericht moeten zijn op een acceptabel risico op virusbesmetting, zodat de zorg de verzorging van de zieken aan kan. Daarom zal de Coronawet aan zorgvuldige wetgevingseisen moeten voldoen. Dan kunnen de beginselen van de rechtsstaat (vrijheid, rechtszekerheid, rechtsgelijkheid) overeind blijven.

Norbert Klein, jurist en voormalig Tweede Kamerlid Vrijzinnige Partij

FacebooktwitterFacebooktwitter